Op veel kabelstations staat één getal op de gewichtenstapel, terwijl het aan het handvat veel lichter voelt. Dat komt door de overbrenging. Hier lees je wat die betekent, hoe je die van jou vindt en hoe je gewichten tussen apparaten vergelijkt.
Kort gezegd
- Bij 1:1 verplaats je het volledige gewicht van de stapel. Handvat en stapel leggen dezelfde afstand af.
- Bij 2:1 voelt het handvat als de helft van het stapelgewicht, maar het legt twee keer zo veel afstand af als de stapel.
- Veel functional trainers voor thuis gebruiken 2:1, veel kabeltorens in de sportschool 1:1. Zoek het op in de handleiding of meet het.
- Wrijving in de katrollen geeft wat extra weerstand, dus echte waarden wijken een paar procent af.
Rekenhulp: gewicht aan het handvat
Vul het gewicht in dat je pint en de overbrenging van je apparaat.
19 kg
aan het handvat
Wat de overbrenging beschrijft
De overbrenging zegt hoeveel centimeter het handvat aflegt voor elke centimeter die de gewichtenstapel stijgt. Extra katrollen aan de kant van de stapel werken als een takel: de last wordt over meer kabellengtes verdeeld.
Bij 2:1 legt het handvat twee keer zo veel afstand af, dus heb je maar de helft van de kracht nodig. Zo worden lange bewegingen mogelijk, zoals een volledige cable crossover of een houthakker van hoog naar laag, zonder dat de stapel bovenaan aantikt.
Stapelgewicht en het gewicht dat je voelt
Ongeveer de kracht aan het handvat, zonder wrijving:
| Stapel | bij 1:1 | bij 2:1 | bij 4:1 |
|---|---|---|---|
| 10 kg | 10 kg | 5 kg | 2,5 kg |
| 20 kg | 20 kg | 10 kg | 5 kg |
| 40 kg | 40 kg | 20 kg | 10 kg |
| 70 kg | 70 kg | 35 kg | 17,5 kg |
Zo vind je de overbrenging van je apparaat
- Kijk in de handleiding of op de sticker op het frame. Fabrikanten geven het meestal aan als 1:1, 2:1 of 4:1.
- Meet het: trek het handvat 20 cm uit en kijk hoe ver de stapel omhoog gaat. 20 cm betekent 1:1, 10 cm betekent 2:1.
- Tel de katrollen die met de stapel meebewegen. Een beweegbare katrol boven op de stapel wijst meestal op 2:1.
Gewichten tussen apparaten vergelijken
Een getal op een 2:1-apparaat is niet hetzelfde als hetzelfde getal op een 1:1-apparaat. 40 kg op een thuistrainer met 2:1 voelt ongeveer als 20 kg op een 1:1-kabeltoren in de sportschool. Vergelijk het gewicht aan het handvat, niet het getal op de stapel.
Hetzelfde geldt voor trainingslogboeken: stap je over op een ander apparaat, deel of vermenigvuldig dan met de overbrenging voordat je je gewicht instelt, en stuur daarna bij op gevoel.
Zo gaat DCFT ermee om
In DCFT vul je één keer je plaatgewicht, het aantal platen en de overbrenging in. De app plant daarna met de gewichten die je apparaat echt kan instellen en toont het plaatnummer voor je pin. De fitheidstest meet je kracht op jouw apparaat, dus startgewichten kloppen ook bij een ongebruikelijke overbrenging.